Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 15 maart 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het telen, bereiden en aanwezig hebben van ongeveer 380 hennepplanten in een pand te [plaatsnaam]. De officier van justitie eiste een taakstraf van 80 uur.
Tijdens de terechtzitting ontkende de verdachte de tenlastelegging en verklaarde slechts kort in het pand te hebben gelogeerd zonder kennis van de kwekerij. De rechtbank stelde vast dat er geen objectief bewijs was dat verdachte zich met de hennepteelt of -bereiding had beziggehouden. Zijn aanwezigheid alleen was onvoldoende voor een veroordeling.
Ook werd geoordeeld dat er geen aanwijzingen waren dat verdachte beschikkingsmacht had over de hennepplanten, die zich achter een gesloten deur in het souterrain bevonden. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens diefstal van stroom, omdat het feit niet aan verdachte was bewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering van de benadeelde partij af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor medeplichtigheid en beschikkingsmacht over hennepplanten.