ECLI:NL:RBROT:2024:3965
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 maart 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak waarbij verdachte werd verdacht van een strafbaar feit. Gelijktijdig met de strafzaak vond ook de behandeling plaats van een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €77.817,24, ingediend door de officier van justitie.
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie had aanvankelijk een vordering tot ontneming ingediend, maar heeft deze tijdens de zitting ingetrokken vanwege onvoldoende bewijs dat verdachte voordeel had genoten van de oogst waarop de vordering betrekking had.
De verdediging voerde aan dat het enkele bezit van hennep geen voordeel oplevert en dat verdachte vrijgesproken moest worden. De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak van verdachte reden is om de ontnemingsvordering af te wijzen. De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen.