ECLI:NL:RBROT:2024:4020
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Eiseres, administratief medewerker, werd ziek gemeld vanaf januari 2020 en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met passende functies, waarna haar uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding in juni 2021 ontving zij opnieuw een ZW-uitkering.
In maart 2023 vond een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaats, waarbij werd geconcludeerd dat eiseres geschikt is voor de geduide functies met enkele beperkingen. Het UWV beëindigde haar uitkering per 29 maart 2023. Eiseres voerde in beroep aan dat zij meer klachten heeft en niet geschikt is voor de functies, onderbouwd met medische stukken en een eigen verzekeringsarts.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle klachten heeft betrokken en dat de ingebrachte medische stukken geen aanleiding geven tot wijziging. De stelling van eiseres dat een urenbeperking zou moeten gelden, wordt verworpen. De geduide functies zijn passend binnen haar belastbaarheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verzoeken tot vergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geschikt is voor passende arbeid.