Eiseres, voormalig callcentermedewerker, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,50%. Na een herbeoordeling door het UWV, mede op verzoek van de (ex-)werkgever, werd haar arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagd tot onder de 35%, wat leidde tot beëindiging van haar uitkering per 7 december 2022.
Eiseres betwistte deze vaststelling en voerde aan dat haar medische situatie onveranderd was en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door haar medische stukken niet mee te nemen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen correct had vastgesteld, rekening houdend met de aangeleverde medische stukken.
De rechtbank stelde vast dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat zij in staat is om ten minste 65% van het maatmaninkomen te verdienen met passende arbeid. Er was geen sprake van ADL-afhankelijkheid of andere uitzonderingscategorieën. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitkering beëindigd.