ECLI:NL:RBROT:2024:4049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 3 mei 2024 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoek betrekking heeft op een vangnetvoorziening die in principe spoedeisend is, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is. Uit de overgelegde bankafschriften bleek een onduidelijk inkomsten- en uitgavenpatroon met niet onderbouwde contante stortingen en betalingen voor niet-levensonderhoud gerelateerde kosten. Verzoeker heeft onvoldoende duidelijkheid verschaft over deze transacties.
Hierdoor kon niet worden aangenomen dat er sprake was van een spoedeisend belang. Tevens was het besluit van verweerder niet evident onrechtmatig, omdat dit niet zonder grondig onderzoek kon worden vastgesteld. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af, met de mogelijkheid voor verzoeker om in bezwaar aanvullende stukken in te dienen.
Er werd geen voorschot op de bijstandsuitkering toegekend en er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.