ECLI:NL:RBROT:2024:4052
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht dakloze
Verzoeker, dakloos en zonder vaste woon- of verblijfplaats, vroeg een bijstandsuitkering aan die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17 van Pro de Participatiewet. Verzoeker had geen controleerbare gegevens verstrekt over zijn verblijfplaatsen ondanks herhaalde verzoeken en het toezenden van formulieren.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op zitting, waarbij partijen niet aanwezig waren. Verzoeker stelde dat hij recht had op bijstand en dat het college aanvullende informatie had moeten opvragen indien de verstrekte gegevens onvoldoende waren. Het college stelde dat de inlichtingenplicht was geschonden omdat verzoeker geen inzicht gaf in zijn feitelijke woon- en verblijfplaats.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin is bepaald dat ook dak- of thuislozen controleerbare gegevens moeten verstrekken over hun verblijfplaatsen. Omdat verzoeker dit niet had gedaan, kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en had het bezwaar geen redelijke kans van slagen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er weliswaar een spoedeisend belang was vanwege de financiële situatie van verzoeker, maar dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen. Het college hoeft vooralsnog geen bijstand te verlenen en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor het college geen bijstand hoeft te verlenen.