ECLI:NL:RBROT:2024:4058
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om urgentieverklaring wegens te hoge woonlasten ondanks penibele situatie
Verzoekster, een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, huurt sinds november 2022 een woning in Rotterdam. Zij vroeg op 1 februari 2024 een urgentieverklaring aan vanwege te hoge woonlasten in verhouding tot haar inkomen, maar SUWR wees deze aanvraag af omdat het huisvestingsprobleem aan verzoekster te wijten was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang, omdat onduidelijk was of verzoekster begin mei 2024 de woning moest verlaten. De inhoudelijke beoordeling leidde tot afwijzing van het verzoek. Verzoekster had de woning geaccepteerd terwijl zij geen werk had en wist dat haar WW-uitkering spoedig zou eindigen, waardoor zij de woonlasten niet kon dragen.
SUWR mocht de aanvraag daarom weigeren op grond van verwijtbaarheid. Ook was geen sprake van een schrijnende situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde. De uitspraak van de Huurcommissie die de huurprijs verlaagde, was nog niet definitief, waardoor onduidelijk bleef of verzoekster aan de voorwaarden voor urgentie voldeed.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en bepaalde dat hiertegen geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster bij aanvang van de huurovereenkomst kon voorzien dat zij de woonlasten niet kon dragen.