ECLI:NL:RBROT:2024:4063
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beëindiging maatwerkvoorziening wegens grensoverschrijdend gedrag
Verzoeker verbleef twaalf jaar in een woonruimte van een zorginstelling en ontving zorg in natura op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Na meerdere officiële waarschuwingen wegens grensoverschrijdend gedrag, waaronder intimidatie en respectloos bejegenen van personeel, heeft de zorgaanbieder het college gevraagd de maatwerkvoorziening te beëindigen.
Het college beëindigde de maatwerkvoorziening per 7 april 2024, omdat verzoeker zich niet aan de voorwaarden hield. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om goede begeleiding en een eigen woonplek te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd was de maatwerkvoorziening te beëindigen gezien de herhaalde waarschuwingen en het niet naleven van afspraken door verzoeker. Hoewel verzoeker epileptische aanvallen heeft en begeleiding nodig is, is inmiddels een overbruggingsarrangement toegekend waarbij dag- en nachtopvang met toezicht wordt geboden.
De voorzieningenrechter vindt dat deze situatie voldoende tegemoetkomt aan de noodzakelijke zorgbehoefte en ziet geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Verzoeker wordt aangemoedigd mee te werken aan het vinden van een eigen woonplek in het nieuwe traject.
Het verzoek wordt afgewezen, en het college is niet gehouden tot onmiddellijke plaatsing op een eigen woonplek. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de maatwerkvoorziening wordt afgewezen.