ECLI:NL:RBROT:2024:4130

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
6 mei 2024
Zaaknummer
10311485
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst na nakoming betalingsregeling en persoonlijke omstandigheden huurder

In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst centraal, waarbij de huurder een betalingsachterstand had opgebouwd voor een woning en een scooterbox. In een eerder tussenvonnis was de huurovereenkomst van de scooterbox ontbonden en was de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand inclusief kosten en rente. De beslissing over de ontbinding van de woninghuur werd uitgesteld.

Na de zitting bleek dat de bewindvoerder de huurbetalingen voor de woning maandelijks tijdig had voldaan en een betalingsregeling van €100 per maand voor de achterstand was nagekomen. Gezien deze nakoming en de persoonlijke omstandigheden van de huurder, zoals beschreven in het tussenvonnis, wees de kantonrechter de ontbinding van de huurovereenkomst af. De kantonrechter waarschuwde dat bij toekomstige niet-nakoming de ontbinding alsnog toegewezen kan worden.

Daarnaast werd de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €1.294,47, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee werd het geschil, afgezien van eerdere veroordelingen, definitief beslecht.

Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10311485 CV EXPL 23-3557
datum uitspraak: 3 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Habion,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Rijnland Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
Britt Helpt B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[naam 1],
vestigingsplaats: Dordrecht,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam 2].
De partijen worden hierna ‘Habion’ en ‘Britt Helpt’ genoemd. De onderbewindgestelde van Britt Helpt wordt ‘[naam 1]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 9 juni 2023 en stukken die daarin zijn genoemd;
  • de akte van Habion van 14 december 2023;
  • de rolbeslissing van 19 januari 2024;
  • de rolbeslissing van 8 maart 2024;
  • de brief van Britt Helpt van 18 maart 2024, met bijlagen.

2.De verdere beoordeling

Waar gaat het om?
2.1.
[naam 1] huurde een woning en een scooterbox van Habion. Hij heeft voor allebei de ruimtes een huurachterstand laten ontstaan. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de huurovereenkomst van de scooterbox ontbonden. Ook heeft ze Britt Helpt (de bewindvoerder van [naam 1]) veroordeeld om de huurachterstand, met buitengerechtelijke kosten en rente aan Habion te betalen. Ze heeft de beslissing over de ontbinding van de huurovereenkomst een half jaar uitgesteld. Dit vonnis gaat dus alleen nog daarover en over de kosten van de procedure.
De huurovereenkomst wordt niet ontbonden
2.2.
De partijen zijn het erover eens hoe het is gegaan na de zitting. Britt Helpt heeft de huur iedere maand steeds op tijd betaald. Verder heeft Britt Helpt voor de achterstand een betalingsregeling afgesproken van € 100,- per maand. Die regeling is ze iedere maand nagekomen.
2.3.
Gezien deze omstandigheden en de persoonlijke omstandigheden van [naam 1], die in het tussenvonnis zijn beschreven, wijst de kantonrechter de ontbinding van de huurovereenkomst af. Het lijkt erop dat [naam 1] de laatste kans die hij heeft gekregen heeft aangegrepen.
2.4.
De kantonrechter wijst [naam 1] er wel op dat hij door het oog van de naald is gekropen. Mocht hij de betalingsregeling of de lopende huur opnieuw niet betalen, dan loopt hij een groot risico. De kantonrechter wil niet vooruitlopen op een oordeel in een volgende procedure, maar zij kan zich goed voorstellen dat in dat geval de ontbinding van de huurovereenkomst wel wordt toegewezen.
Britt Helpt moet de proceskosten betalen
2.5.
Britt Helpt moet de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Habion op € 130,47 aan dagvaardingskosten, € 487,- aan griffierecht, € 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.294,47. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Britt Helpt in de proceskosten, die aan de kant van Habion worden begroot op € 1.294,47;
3.2.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst, afgezien van de veroordelingen in het tussenvonnis, al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
33394