Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:4168

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2024
Publicatiedatum
7 mei 2024
Zaaknummer
C/10/676829 / KG ZA 24-296
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging verkoop woning en vervanging wilsverklaring bij weigering medewerking ex-partner

De vrouw en de man zijn ex-partners die samen eigenaar zijn van een woning en hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheek. De vrouw wil de woning verkopen omdat de man niet meewerkt aan de overname van de hypotheek, ondanks een echtscheidingsbeschikking die hem daartoe verplicht.

De man is niet verschenen bij de zitting, waardoor verstek is verleend. De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de hypotheekovername of dat zij gemachtigd wordt de woning te verkopen, met een dwangsom bij weigering.

De rechtbank wijst de vordering tot medewerking met dwangsom af wegens onbepaaldheid. Wel wordt de vrouw gemachtigd om de woning te gelde te maken, met een beperkte en redelijke omschrijving van de benodigde handelingen. Tevens wordt bij weigering van medewerking van de man dit vonnis in de plaats gesteld van zijn wilsverklaring in de notariële akte.

De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vrouw wordt gemachtigd de woning te verkopen en bij weigering van medewerking van de man vervangt het vonnis zijn wilsverklaring in de notariële akte.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/676829 / KG ZA 24-296
Vonnis in kort geding van 29 april 2024
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: Nieuw-Vennep,
eiseres,
advocaat mr. S. Kandemir te Dordrecht,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Dordrecht,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 12 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 3;
  • de mondelinge behandeling op 22 april 2024.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.
De vrouw en de man zijn getrouwd geweest. Zij zijn op dit moment nog samen eigenaar van een woning en zij zijn ook samen hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheek die op de woning rust. De vrouw wil de woning verkopen, omdat haar overal wordt tegengeworpen dat zij die woning (met hypotheek) nog heeft. In de echtscheidings-beschikking is beslist dat de man de woning moet overnemen of – als dat de man niet lukt – dat de woning moet worden verkocht, maar de man heeft de woning tot nu toe niet overgenomen en hij reageert ook nergens meer op. Daarom eist de vrouw in deze zaak – samengevat weergegeven – dat de man wordt veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan de overname van de hypotheek (op verbeurte van een dwangsom) of dat de vrouw wordt gemachtigd om de woning te gelde te maken, met de bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de woning of dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning.
Verstekverlening tegen de man
2.2.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling op 22 april 2024, terwijl bij de oproeping van de man in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.
De eis van de vrouw wordt deels toegewezen
2.3.
De eis van de vrouw komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom wordt die eis toegewezen, met inachtneming van het volgende.
2.4.
De eis onder I. (veroordeling van de man om zijn medewerking te verlenen aan de overname van de hypotheek op verbeurte van een dwangsom) wordt afgewezen, omdat deze eis in het licht van de dwangsom die de vrouw eist te onbepaald is om te kunnen worden toegewezen. Het is namelijk niet duidelijk welke handelingen de man moet verrichten om aan de veroordeling te voldoen en dus geen dwangsom te verbeuren.
2.5.
De eis onder II. (machtiging van de vrouw om de woning te gelde te maken) wordt toegewezen, met dien verstande dat de vrouw niet heeft gespecificeerd voor welke handelingen zij gemachtigd wil worden en dat de eis dus ook ongespecificeerd wordt toegewezen. Onder de machtiging van de vrouw vallen daarom alleen die handelingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om de woning te gelde te maken, zoals bijvoorbeeld het opdracht geven aan een makelaar om – na taxatie van de woning door die makelaar – een marktconforme vraag- en laatprijs vast te stellen, het verlenen van medewerking aan alle werkzaamheden van de makelaar voor het te koop zetten van de woning, zoals het laten inmeten van de woning, het laten maken van foto’s en afgifte van de sleutels aan de makelaar, en het laten bezichtigen van de woning aan potentiële kopers.
2.6.
De eis onder III. primair (bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte tot levering van de woning) wordt alleen al afgewezen omdat daarvoor kadastrale informatie over de woning nodig is, die de vrouw niet heeft verstrekt. De eis onder III. subsidiair (bepaling – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning) wordt wel toegewezen.
De partijen moeten hun eigen proceskosten betalen
2.7.
In zaken tussen ex-partners wordt in het algemeen besloten tot compensatie van de proceskosten. Dat houdt in dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om in deze zaak anders te oordelen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
machtigt de vrouw om de woning aan het adres [adres] te gelde te maken;
3.2.
bepaalt – in het geval dat de man niet meewerkt aan het te gelde maken van de woning – dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking van de man in de notariële akte tot levering van de woning aan het adres [adres];
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2024.
3349 / 3577