In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Leger des Heils ontruiming van een woning die wordt gehuurd door een onder bewind gestelde persoon. De huurovereenkomst is gekoppeld aan een zorg- en dienstverleningsovereenkomst. De eiser stelt dat de huurder zich onttrekt aan de zorg en dat er bedrijfsmatige prostitutie in de woning plaatsvindt.
De gedaagde, de bewindvoerder, betwist dit en stelt dat de huurovereenkomst inmiddels is omgezet in een woonbegeleidingsovereenkomst en dat er slechts één prostituee voor eigen gebruik was uitgenodigd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurovereenkomst en zorgovereenkomst van toepassing zijn en dat de woonbegeleidingsovereenkomst niet is gesloten.
Er is vastgesteld dat de huurder sinds februari 2024 geen zorg meer accepteert, wat een wanprestatie vormt. Tevens zijn er sterke aanwijzingen van bedrijfsmatige prostitutie, gebaseerd op een politierapport waarin drie sekswerkers werden aangetroffen die betaalden voor het gebruik van de woning. De belangenafweging weegt in het voordeel van het Leger des Heils.
De voorzieningenrechter veroordeelt de bewindvoerder om ervoor te zorgen dat de woning binnen veertien dagen wordt ontruimd en wijst de gevraagde machtiging voor inzet van de sterke arm af. De proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.