De vrouw, geboren in 2006 en inmiddels zestien jaar oud, verzoekt de rechtbank om haar meerderjarig te verklaren voorafgaand aan de bevalling van haar kind, gepland op 12 mei 2024. Zij wenst het gezag over haar kind uit te oefenen en wil een gezagsvacuüm voorkomen dat zou ontstaan als de beslissing pas na de bevalling wordt genomen.
De vrouw woont bij haar pleegouders die tevens haar voogden zijn sinds 2014. Zij wordt ondersteund door hen en de biologische vader van het kind, met wie zij een goede relatie onderhoudt. De raad voor de kinderbescherming stemt in met het verzoek en acht de vrouw capabel om het gezag te dragen.
De rechtbank overweegt dat het verzoek op grond van artikel 1:253ha BW normaal gesproken pas na de bevalling wordt beslist, maar dat gezien de omstandigheden en het belang van het kind en de moeder het verzoek nu al kan worden toegewezen met ingang van het moment van de bevalling. De vrouw zal dan van rechtswege het gezag krijgen.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.