ECLI:NL:RBROT:2024:4209
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toestemming bewindvoerder voor uitkering erfdeel aan dochter uit vermogen moeder in zorginstelling
Op 13 december 2002 is erflater overleden, die zijn echtgenote tot enige erfgenaam benoemde onder de last van een renteloze vordering aan zijn dochter ter grootte van het erfdeel. Deze vordering van €11.468,- is opeisbaar bij overlijden van moeder of indien zij een verlaagde eigen bijdrage verschuldigd wordt wegens opname in een zorginstelling.
Moeder is sinds 1 april 2022 opgenomen in een zorginstelling en onder bewind gesteld op 12 oktober 2022. De bewindvoerster verzocht toestemming om het erfdeel aan dochter uit te keren op grond van artikel 1:441 lid 2 BW Pro, stellende dat er een opeisingsgrond is en moeder na uitkering voldoende vermogen behoudt voor haar levensonderhoud.
De rechtbank oordeelt dat de opeisingsgrond aanwezig is op basis van de huidige regelgeving omtrent eigen bijdragen in zorginstellingen. Tevens is vastgesteld dat moeder ondanks de uitkering ruim voldoende middelen heeft om in haar levensonderhoud te voorzien. Daarom wordt het verzoek toegewezen en mag de bewindvoerster tot uitkering overgaan, met de verplichting tot specificatie in de rekening en verantwoording.
Uitkomst: Toestemming verleend voor uitkering van erfdeel van €11.468 uit het vermogen van moeder aan dochter.