Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[persoon A] ,
1.[naam VOF] V.O.F.,
2. [persoon C] ,
3. [persoon D] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 augustus 2024, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke en onvoorwaardelijke eis in reconventie, met bijlagen;
- de brief van 1 februari 2024 van de zijde van [naam VOF] c.s., met bijlage;
- de brief van 13 februari 2024 van de zijde van [naam VOF] c.s., met bijlagen.
- [persoon A] , mede namens [persoon B] , bijgestaan door de hierboven genoemde gemachtigde;
- [persoon C] en [persoon D] , mede als vennoten van [naam VOF] ., bijgestaan door de hierboven genoemde gemachtigde.
2.De beoordeling
- Primair: betaling van een schadevergoeding van € 15.475,75;
- Subsidiair:[persoon A] c.s. te machtigen de herstelwerkzaamheden zelf uit te voeren en [naam VOF] c.s. te veroordelen € 13.976,00 aan schadevergoeding te betalen;
- Meer subsidiair: [naam VOF] c.s. te veroordelen de pvc-vloer en ondervloer te verwijderen, alsmede tot het bewerken en egaliseren van de oude plavuizen vloer alsmede tot het leggen van een nieuwe ondervloer en pvc-vloer, conform de specificaties van de tussen partijen gesloten overeenkomst alsmede tot het uitvoeren van alle bijbehorende werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per kalenderdag dat [naam VOF] c.s. hiermee in gebreke blijven en [naam VOF] c.s. te veroordelen € 7.441,00 aan schadevergoeding te betalen;
- Primair, subsidiair en meer subsidiair:[naam VOF] c.s. te veroordelen tot betaling van wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.