Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR) vordert dat [persoon A], huurder van een woning in Rotterdam, wordt verboden honden op te vangen en een dwangsom moet betalen bij overtreding. SOR baseert dit op vermeende overlast door honden en strijd met het bestemmingsplan.
[persoon A] betwist de overlast en stelt zich aan afspraken te houden, met hondenopvang als hobby en niet bedrijfsmatig. Zij wijst op gebrek aan concrete klachten met datum en tijd en noemt de meldingen deels pesterijen.
De rechter oordeelt dat geen sprake is van bedrijfsmatige opvang en onvoldoende bewijs is geleverd voor overlast. Foto’s en meldingen zijn onvoldoende concreet en deels ontkracht door [persoon A]. Het totaalverbod gaat bovendien verder dan de huurverplichtingen. De tegenvordering van [persoon A] tot intrekking van regels wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Partijen worden in het ongelijk gesteld en dragen ieder hun eigen proceskosten.