De vrouw en de man zijn gescheiden en gezamenlijk eigenaar van een woning met hypotheek en gekoppelde levensverzekering. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan verkoop en overdracht van de woning en dat zij recht heeft op de helft van de overwaarde na aflossing en kosten.
De man betwist dit en stelt dat hij sinds de scheiding de lasten heeft gedragen en eist dat de vrouw haar deel van de hypotheek- en eigenaarslasten betaalt. Tevens vraagt hij om zes maanden om de hypotheek op zijn naam te zetten met ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn afspraken gemaakt over taxatie, verrekening van inleg en woonlasten, en kostenverdeling. De woning is getaxeerd op €265.000, de levensverzekering heeft een waarde van circa €45.226 en de hypotheekschuld bedraagt €167.447.
De rechtbank geeft de man tot 1 juni 2024 om de hypotheek over te zetten. Als dit niet lukt, mag de vrouw de woning verkopen en moet de man meewerken, onder een dwangsom van €50 per dag tot maximaal €10.000. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.