Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Dhr. [schuldenaar 1] , schuldenaar;
- Mw. [schuldenaar 2] , schuldenares;
- Mw. de Heer, beschermingsbewindvoerder;
- Mw. N.N. van Klaveren, bewindvoerder;
- Dhr. [persoon A] , maatschappelijk werker.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van twee schuldenaren vanwege niet-naleving van verplichtingen door één van hen. De schuldenaar had niet gesolliciteerd en werkte vier maanden in loondienst zonder dit te melden, waarbij het salaris buiten de boedel werd gehouden. Dit werd gezien als benadeling van schuldeisers.
De beschermingsbewindvoerder en maatschappelijk werker gaven aan dat schuldenaar moeite heeft met solliciteren en dat er sprake is van gezondheidsproblemen binnen het gezin. Schuldenaren boden excuses aan en herstelden de financiële tekortkomingen.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van schuldenaar onverenigbaar is met het wezen van de schuldsaneringsregeling, maar dat schuldenares niet aansprakelijk is voor het handelen van schuldenaar. Gezien de omstandigheden en het herstel van de tekortkomingen besloot de rechtbank de regeling niet tussentijds te beëindigen, maar verlengde zij de regeling met zes maanden. Alle verplichtingen blijven gedurende deze verlenging van kracht.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse beëindiging afgewezen en schuldsaneringsregeling verlengd tot 16 juli 2026.