ECLI:NL:RBROT:2024:4458
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake schuldenoverzicht en schuldregeling
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin zijn bezwaren tegen communicatie over een schuldenoverzicht en schuldregeling niet-ontvankelijk werden verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 mei 2024 behandeld. Verzoeker stelt dat hij al ruim drie maanden wacht op een schuldregeling en dat de opties van het college geen reële oplossingen bieden, waardoor hij veel stress ervaart en snel duidelijkheid wil.
Het college betwist het spoedeisend belang en stelt dat de communicatie geen besluiten zijn in de zin van de Awb. De voorzieningenrechter volgt het college en oordeelt dat er geen onverwijlde spoed is en dat het ontbreken van spoedeisend belang betekent dat alleen bij evident onrechtmatigheid een voorlopige voorziening kan worden getroffen.
Evidente onrechtmatigheid is niet aannemelijk gemaakt. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende aanwijzingen voor evidente onrechtmatigheid.