ECLI:NL:RBROT:2024:4609
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horecagelegenheid na schietincident en illegale tabak
De burgemeester van Rotterdam legde op 15 april 2024 een sluiting van drie maanden op aan een horecagelegenheid na een ernstig geweldsincident waarbij een vuurwapen betrokken was en de vondst van grote hoeveelheden illegale waterpijptabak. De exploitant, tevens beheerder, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting op te heffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester terecht de sluiting heeft opgelegd. Uit politierapportages en camerabeelden bleek dat een vuurwapen binnen de horecagelegenheid werd overgedragen en dat bezoekers niet altijd werden gecontroleerd, wat leidde tot het schietincident buiten de zaak. Daarnaast werd illegale tabak aangetroffen in een voertuig op naam van de exploitant, ondanks eerdere fiscale strafbeschikkingen.
De burgemeester mocht de sluiting opleggen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam en het handhavingsbeleid dat sluiting voorschrijft bij strafbare feiten in horeca. De voorzieningenrechter vond de duur van drie maanden niet onevenredig, ondanks de financiële gevolgen voor de exploitant. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opheffing van de sluiting af, waardoor de horecagelegenheid drie maanden gesloten blijft.