ECLI:NL:RBROT:2024:4614
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit basisregistratie personen wegens twijfel verblijfplaats
Verzoeker werd per 22 december 2023 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vanwege vermoedens dat hij niet op het geregistreerde adres woonde. Dit volgde op meldingen van overlast en meerdere huisbezoeken waarop verzoeker niet werd aangetroffen.
Verzoeker stelde dat hij wel degelijk op het adres woont, maar vanwege zijn werk als verkeersregelaar vaak afwezig is. De voorzieningenrechter nam dit serieus, mede gezien de bevestiging van de bewindvoerder en bewijsstukken zoals bestellingen en een storingsbezoek op het adres.
De rechter oordeelde dat de voorwaarden van artikel 2.22 van de Wet brp voor ambtshalve uitschrijving niet waren vervuld, mede vanwege het ontbreken van sluitend bewijs dat verzoeker niet op het adres verbleef. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij uitschrijving uit de brp vanwege de ingrijpende gevolgen voor de betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot uitschrijving uit de basisregistratie personen wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van vertrek.