VGZ Zorgverzekeraar vordert een bedrag van €1.608,11 van gedaagde wegens onbetaalde zorgpremies over diverse maanden in 2022 en 2023, eigen risico en eigen bijdrage. Daarnaast vordert VGZ rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat de premie via zorgtoeslag voldaan zou zijn en dat de kijkoperatie volledig vergoed wordt.
De kantonrechter oordeelt dat de Richtlijn Consumentenrechten niet van toepassing is op zorgverzekeringen, waardoor toetsing aan artikel 6:230m BW niet vereist is. Wel wordt ambtshalve onderzocht of de bedingen in de polisvoorwaarden niet oneerlijk zijn. Artikel 3.3 van de polisvoorwaarden, waarin de betalingsverplichting van premie, eigen risico en eigen bijdrage is geregeld, wordt als transparant en rechtsgeldig beoordeeld.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde niet heeft betwist dat de premies en kosten niet zijn betaald, en dat het risico daarvan voor haar zelf is. De gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen. De bepaling over incassokosten in artikel 3.5.2 wordt echter als oneerlijk beoordeeld omdat deze niet verwijst naar de wettelijke maxima, waardoor de incassokosten worden afgewezen. De gevorderde rente wordt wel toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.371,45 plus wettelijke rente en proceskosten van €1.005,48. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.