ECLI:NL:RBROT:2024:4633

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2024
Publicatiedatum
21 mei 2024
Zaaknummer
C/10/678402 / FA RK 24-3397
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ernstig levensgevaar door psychose

De officier van justitie verzocht op 3 mei 2024 om voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling te Capelle aan den IJssel. De rechtbank hield op 6 mei 2024 een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, zijn advocaat en de behandelaar aanwezig waren. De officier verscheen niet.

Uit medische verklaringen en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig levensgevaar loopt door overmatige lichaamsactiviteit, brandgevaar en zelfbeschadiging, veroorzaakt door een recidief psychose met maniforme kenmerken binnen een schizofreniespectrumstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie, en nam ambulante zorg op in de maatregelen. Andere door de officier gevraagde zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene vertoont geen ziektebesef en verzet zich vermoedelijk tegen zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De rechtbank concludeerde dat de verplichte zorg evenredig en effectief is en verleende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot en met 27 mei 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/678402 / FA RK 24-3397
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 mei 2024 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1995, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. R.L.I. Jansen te Dordrecht.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 mei 2024, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 3 mei 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 3 mei 2024;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 2 mei 2024;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 mei 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam arts] , arts, verbonden aan Antes (hierna: de behandelaar).
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene zegt over het ernstig nadeel dat hij het niet was. De rechtbank gaat aan deze verklaring voorbij. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige materiële schade. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er bij betrokkene sprake is van levensgevaar door overmatige lichaamsactiviteit en het dragen van vele lagen kleding over elkaar bij hoge temperaturen. Verder pakt betrokkene hete pannen op met zijn blote handen, waardoor zijn handen zijn verbrand. Betrokkene put zichzelf uit door niet te slapen onder invloed van stemmen. Daarnaast bijt betrokkene hard op zijn knokkels vanwege zijn psychotische overtuigingen en weigert hij eten, of eet hij juist plots zeer overmatig. Ook is sprake van brandgevaar, aangezien betrokkene pannen op het gasfornuis zet en deze uren onbeheerd achter laat. Betrokkene zet de stofzuiger lang aan, waardoor deze oververhit is geraakt. Verder heeft betrokkene veel spullen vernield, heeft hij zijn badkamer onder water laten lopen en is zijn gehele woning overhoop gehaald.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een recidief psychose met forse desorganisatie en aanwijzingen voor maniforme kenmerken, meest waarschijnlijk in het kader van een bekende schizofreniespectrumstoornis geluxeerd door medicatieontrouw en middelengebruik.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
De advocaat meent ten aanzien van de vormen van verplichte zorg dat ambulante zorg de komende drie weken nog niet te voorzien is. De rechtbank zal deze vorm van zorg toch opnemen in verband met de nawerking van de voortzetting crisismaatregel. Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.
Betrokkene lijkt zich op dit moment niet tegen deze zorg te verzetten maar te voorzien is dat dit verzet wel zal komen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene na afloop van de vorige zorgmachtiging op eigen initiatief is gestopt met de medicijnen en weer gestart is met blowen. Er is geen ziektebesef. Betrokkene decompenseert volledig wanneer er wordt gesproken over een gedwongen opname. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 mei 2024;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 6 mei 2024 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van C. Boomaars, griffier, en op 20 mei 2024 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.