Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
In dit geval heeft verweerder de boetes verhoogd naar € 5.000,- omdat eiseres één keer eerder (op 3 april 2020) een boete heeft gekregen voor eenzelfde overtreding. Deze verhoging vanwege recidive is in overeenstemming met artikel 2.5 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren en de rechtbank vindt die verhoging in dit geval ook niet onevenredig. De wetgever heeft er nadrukkelijk voor gekozen om herhaling van een overtreding zwaarder te beboeten door het op te leggen bedrag te verhogen. Het doel van de boete is immers ook het afdoende voorkomen van herhaling in het specifieke geval. Verder is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die reden zouden moeten zijn voor matiging van de boetes. Zoals hiervoor is overwogen, kan ook niet worden geconcludeerd dat sprake is van geen of een gering risico voor de volksgezondheid. Verweerder heeft het niet beschermen van levensmiddelen tegen elke vorm van verontreiniging terecht aangemerkt als een ernstige overtreding.