Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan veertien schuldeisers, waarbij dertien schuldeisers akkoord gingen, maar De Houten Steen Holding B.V. (Houten Steen) weigerde in te stemmen. Houten Steen vond het aangeboden bedrag te laag en onredelijk, mede omdat zij kosten meent te moeten dragen die normaal voor rekening van de huurder komen.
De rechtbank beoordeelde of Houten Steen in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd meegewogen dat haar vordering slechts 4,7% van de totale schuldenlast betreft en dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst. Verzoekster kampt met langdurige geestelijke gezondheidsproblemen en heeft geen uitzicht op verbetering van haar inkomen.
De rechtbank oordeelde dat het aangeboden akkoord het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Houten Steen. Daarom werd Houten Steen bevolen in te stemmen met de regeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De kosten van de procedure werden aan Houten Steen opgelegd.