Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 19 maart 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen van de man, ingekomen op 19 april 2024;
- het bericht met bijlagen van de man van 19 april 2024.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door mr. L.C. Fuijkschot, waarnemer namens bovengenoemde advocaat en deelgenomen via een digitale beeld- en geluidsverbinding;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- elke week van vrijdag uit school tot zondagmiddag 17:00 uur. De man haalt de minderjarigen op vrijdag van school en de vrouw haalt de minderjarigen op zondag bij de man op;
- de vakanties en feestdagen worden in onderling overleg bij helfte tussen de ouders verdeeld;
- althans een in goede justitie te bepalen zorgregeling.
Een ouder die een verzoek doet tot vaststelling van een (definitieve) onderhoudsbijdrage ten behoeve van een jonge meerderjarige, is niet ontvankelijk in dat verzoek. Deze ouder kan dat verzoek wel namens de jonge meerderjarige doen na daartoe gemachtigd te zijn door deze jongere. De jongere zelf behoeft dus niet altijd vooruitlopend op de scheidingsprocedure van zijn ouders een dergelijk verzoek te doen. Hij moet er wel voor zorgen dat de ouder die voor de andere, minderjarige kinderen optreedt, ook namens hem kan optreden. Hierop kan de advocaat van de desbetreffende ouder deze wijzen.” Waarom niet in artikel 827 lid 1 sub c Rv Pro expliciet is vastgelegd dat deze nevenvoorziening ook bedoeld is voor jongmeerderjarige kinderen, wordt uit de wetsgeschiedenis niet duidelijk. Omdat pas in 2001 de zogenoemde restcategorie van artikel 827 lid 1 sub Pro f (nieuw sub g) Rv is ingevoerd, kan het destijds niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest de bijdrage voor de jongmeerderjarige te scharen onder deze restcategorie. [3]
4.De beslissing
- de minderjarigen verblijven een keer in de twee weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 17:00 uur bij de man;
- de vakanties en feestdagen worden in onderling overleg bij helfte tussen de ouders verdeeld;
pro forma aan tot 1 november 2024in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad.