Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Banco di Caribe;
- BNP Paribas Finance B.V., hierna te noemen BNP;
- Continual B.V., hierna te noemen Continual;
- PSB Bank, hierna te noemen PSB,
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam, hierna te noemen schuldhulpverlener.
2.Het verzoek
3.Het verweer
- de vordering betreft een schuld die verzoekster is aangegaan in Curaçao, waardoor deze buiten de juridische reikwijdte van de Nederlandse insolventiewetgeving valt;
- verzoekster is niet te goeder trouw geweest bij het aangaan van de lening. Op Curaçao heerst de perceptie dat wanneer er geen uitzicht meer is op een oplossing voor een financieel penibele situatie, men hun toevlucht kan zoeken in de Nederlandse verzorgingsstaat. Verzoekster had een goedbetaalde baan in het speciaal onderwijs in Curaçao en ook in Nederland is zij in het speciaal onderwijs gaan werken. Verzoekster is gevlucht voor haar verplichtingen;
- verzoekster heeft binnen 18 maanden nieuwe schulden opgebouwd van € 24.225,57 die vóór haar verzoek voor schuldhulpverlening al ter incasso waren uitgeschreven. Er is geen verbetering te zien in het financiële gedrag van verzoekster in Nederland ten opzichte van in Curaçao.