Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet, nadat vier van haar dertien schuldeisers niet akkoord gingen met het aangeboden akkoord van 11,83% betaling tegen finale kwijting. Deze schuldeisers vertegenwoordigen 69,3% van de totale schuld.
De schuldeisers Banco di Caribe, PSB, Continual en BNP hebben uiteenlopende bezwaren, waaronder het toepasselijke recht van Curaçao, het niet adequaat opgeroepen zijn, en het ontbreken van inspanningen van verzoekster om tot een regeling te komen. Verzoekster werkt fulltime en heeft haar afloscapaciteit op basis van haar dienstbetrekking berekend.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van de schuldeisers redelijk is gezien hun grote aandeel in de schuld en het gebrek aan goede trouw van verzoekster, die nieuwe leningen is aangegaan zonder openheid over haar bestaande schulden. Daarom wordt het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te beslissen over de bevoegdheid ten aanzien van buitenlandse schulden of de geldigheid van de oproep aan schuldeisers. Een afzonderlijke beslissing over de schuldsaneringsregeling zal volgen.