AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Tussentijdse beëindiging van wettelijke schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaar
Bij vonnis van 14 juli 2023 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenaar. De rechter-commissaris deed op 14 maart 2024 een voordracht tot tussentijdse beëindiging vanwege tekortkomingen in de informatie- en inspanningsverplichtingen van schuldenaar. Tijdens het verhoor op 29 februari 2024 bleek dat schuldenaar deze verplichtingen niet naar behoren nakwam, ondanks een eerdere waarschuwingsbrief van 19 december 2023.
De bewindvoerder gaf aan dat de boedelachterstand was ingelopen, maar dat niet alle gevraagde stukken waren overgelegd en dat er geen sollicitatiebewijzen waren ontvangen. Schuldenaar verklaarde bezig te zijn met een opleiding en een baan in een restaurant, maar kon door ziekte niet veel werken. De rechtbank oordeelde dat schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen en onvoldoende inspanning had getoond om aan de regeling te voldoen.
De rechtbank beëindigde daarom de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c FaillissementswetPro. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 2.798,18. De rechtbank overwoog dat schuldenaar in de toekomst opnieuw een verzoek kan indienen, mits hij meer stabiliteit toont, zoals een fulltime dienstbetrekking of aantoonbare sollicitaties, en geen nieuwe schulden maakt.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen van schuldenaar in zijn verplichtingen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 mei 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 14 juli 2023 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.
1.De procedure
De rechter-commissaris heeft op 14 maart 2024 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Ter zitting van 8 mei 2024 zijn verschenen en gehoord:
schuldenaar;
mevrouw [persoon A] , echtgenote op wie eveneens de schuldsaneringsregeling van toepassing is;
[persoon B] , dochter van schuldenaren, tevens tolk voor schuldenaren;
mr. P.A. Loeff, bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.
2.De standpunten
Als grond voor de voordracht tot tussentijdse beëindiging heeft de rechter-commissaris aangevoerd dat schuldenaar tekortkomingen heeft laten ontstaan in zijn informatieverplichting en de inspanningsverplichting. Volgens de rechter-commissaris heeft schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding.
Op 19 december 2023 is een waarschuwingsbrief naar schuldenaar verstuurd waarin schuldenaar is gewezen op zijn tekortkomingen ten aanzien van de informatieplicht, de sollicitatieplicht en de afdrachtplicht.
Op 29 februari 2024 is een verhoor gelast. Schuldenaar is op het verhoor verschenen. Tijdens dit verhoor is besproken dat schuldenaar de verplichtingen nog steeds niet naar behoren nakomt, ondanks de eerdere waarschuwingsbrief. Hierdoor bedraagt de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen ten tijde van het verhoor zeven maanden. Ook is er tijdens dit verhoor gesproken over beschermingsbewind als mogelijke oplossing om schuldenaar in de toekomst te helpen aan zijn verplichtingen te voldoen.
De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de boedelachterstand is ingelopen maar nog niet alle benodigde stukken zijn overgelegd. Er zijn alleen uitkeringsspecificaties overgelegd en een loonstrook. De bewindvoerder heeft geen sollicitatiebewijzen ontvangen, zodat niet is gebleken dat schuldenaar aan de inspanningsverplichting heeft voldaan.
Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij bezig is met een opleiding om taxichauffeur te worden. Echter, hij is gezakt voor het theorie-examen. Daarnaast gaf hij aan dat hij zal gaan werken in een restaurant. De omvang van zijn dienstverband in het restaurant is hem nog niet bekend. Schuldenaar verklaart dat het moeilijk is voor hem om aan werk te komen, omdat hij niet veel kan werken wegens ziekte.
3.De beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 70.535,41 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- en inspanningsverplichting. Schuldenaar is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie bij de bewindvoerder aan te leveren. Hij heeft dit nagelaten. Daarnaast heeft schuldenaar geen hulp gezocht in de vorm van beschermingsbewind nadat dit tijdens het verhoor op 29 februari 2024 is besproken. Schuldenaar is ook meerdere keren gewezen op zijn inspanningsverplichting. Deze is al aan de orde geweest bij de toelatingszitting en later in gesprekken met en correspondentie van de bewindvoerder. Ook in de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris en tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris is schuldenaar op de sollicitatieverplichting gewezen. Zoals ter zitting is besproken was de hoop van de rechter-commissaris en de bewindvoerder dat schuldenaar in de periode tussen het verhoor en de zitting waarop de tussentijdse beëindiging van de regeling zou worden behandeld, aan zijn inspanningsverplichting zou voldoen, ofwel door voldoende sollicitatiebewijzen te overleggen over de betreffende periode ofwel door een onderbouwd verzoek tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de sollicitatieverplichting te doen. Ook in de periode na het verhoor bij de rechter-commissaris heeft schuldenaar evenwel onvoldoende gedaan om aan zijn inspanningsverplichting te voldoen.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is mede gelet op het voorgaande onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 19 december 2023 en het verhoor door de rechter-commissaris van 29 februari 2024, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
Voor de goede orde overweegt de rechtbank nog dat, zoals ook ter zitting is besproken, het voorgaande niet betekent dat schuldenaar niet over enige tijd opnieuw een verzoek kan doen om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Daarvoor is echter noodzakelijk dat er meer stabiliteit is bereikt in die zin, dat schuldenaar een fulltime dienstbetrekking heeft of aantoonbaar wekelijks solliciteert, dan wel, zo dat aan de orde is, voldoende duidelijk is dat schuldenaar vrijgesteld kan worden van de sollicitatieverplichting. Noodzakelijk is voorts dat schuldenaar geen nieuwe schulden maakt. Om die reden is met schuldenaar ter zitting de mogelijkheid van beschermingsbewind besproken.
4.De beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.798,18.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024. [1]
Voetnoten
1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.