ECLI:NL:RBROT:2024:4747
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsgerelateerde feiten
De burgemeester van Rotterdam heeft de woning van verzoeker voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en andere strafbare goederen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting gezien de aangetroffen 95,3 gram hasj, een vuurwapen, grote geldbedragen en andere indicaties van criminele activiteiten. De woning ligt bovendien in een veiligheidsrisicogebied.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde. De belangen van verzoeker en zijn gezin zijn meegewogen, maar de rechter acht het niet onredelijk dat verzoeker verantwoordelijk wordt gehouden voor de situatie in zijn woning, mede vanwege zijn langdurig verblijf in Turkije.
De sluiting wordt als evenwichtig beschouwd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting voor drie maanden blijft van kracht.