ECLI:NL:RBROT:2024:4765
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening huurtoeslag en kindgebonden budget 2020 na nabetaling bijstandsuitkering
Eiseres woont met haar drie kinderen in een huurwoning en ontving in 2020 huurtoeslag en kindgebonden budget. Na een nabetaling van bijstandsuitkering over 2017-2019 werd het toetsingsinkomen voor toeslagen herzien. Verweerder stelde het inkomen vast en herrekende de toeslagen, waarbij een te veel ontvangen voorschot werd teruggevorderd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de nabetaling niet bij het inkomen over 2020 mocht worden betrokken en dat het inkomen van haar echtgenoot niet meegeteld mocht worden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is vervangen door een herziene beslissing. Het beroep tegen het herziene besluit is ongegrond; de rechtbank acht de berekening van het kindgebonden budget correct omdat het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de Belastingdienst leidend is. Voor de huurtoeslag is het juiste brutobedrag van de nabetaling buiten beschouwing gelaten, conform de regelgeving.
Verweerder heeft erkend ten onrechte van een lager nettobedrag uit te zijn gegaan, waardoor eiseres proceskostenvergoeding krijgt. De rechtbank bepaalt dat eiseres het griffierecht terugkrijgt en veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T. Boesman op 21 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het herziene besluit ongegrond, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.