ECLI:NL:RBROT:2024:4768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling ondanks gokverslaving en eerdere betalingsachterstanden
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen haar schulden te voldoen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster niet meer kan voortgaan met betaling van haar schulden. Hoewel de meeste schulden binnen drie jaar zijn ontstaan en niet te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten, is op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro de regeling toch toegekend omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen.
Verzoekster heeft een gokverslaving ontwikkeld die haar schuldenlast vergrootte, maar sinds november 2023 staat zij onder beschermingsbewind en heeft zij zich laten inschrijven in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen, waardoor zij niet meer kan gokken. Tevens heeft zij een vaste baan bij een bank met promotie en een forse afloscapaciteit. De rechtbank acht verzoekster saneringsgezind en verwacht dat zij haar verplichtingen uit de regeling zal nakomen.
De rechtbank stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, ingaande 8 mei 2024 en eindigend 8 november 2025. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. Het vonnis is gewezen door rechter W.J. Roos-van Toor en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een looptijd van achttien maanden.