ECLI:NL:RBROT:2024:4773

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
FT RK 24/158
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308)Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker in staat van betalingsonmacht verkeert, waardoor toewijzing van de regeling passend is.

De rechtbank beoordeelde tevens het verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de regeling. Uit de stukken bleek dat er een bedrag van €7.000 op de beheerrekening stond, afkomstig uit liquidatie van vermogen, maar dat er geen afdracht aan schuldeisers had plaatsgevonden. Ook ontbrak een startdatum van een buitengerechtelijk schuldhulpverleningstraject. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verzoeker aan zijn afdrachtsverplichting had voldaan.

Op basis hiervan wees de rechtbank het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af en stelde de ingangsdatum van de regeling vast op 8 mei 2024. De looptijd van de regeling werd vastgesteld op achttien maanden, eindigend op 8 november 2025. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op vergoeding van de bewindvoerder toegekend.

Uitkomst: Toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toegekend met ingangsdatum 8 mei 2024 en een looptijd van achttien maanden; verzoek tot eerdere ingangsdatum afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 mei 2024
[verzoeker],
[adres 1],
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting van 24 april 2024.
Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- verzoeker;
- mevrouw I. van den Boss, beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw S. Kooij, schuldhulpverlener.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Bij de beoordeling van het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum dient de rechtbank te beoordelen of verzoeker, naast de overige verplichtingen, de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen, naar behoren heeft nageleefd. Uit de ingediende stukken blijkt inderdaad dat een totaalbedrag van € 7.000,00 beschikbaar is op de beheerrekening. Dit bedrag is verkregen uit de opbrengst van de liquidatie van het vermogen van verzoeker. Tegelijkertijd heeft er volgens de aanvullende gegevens bij verzoekschrift van 4 maart 2024 geen afdracht plaatsgevonden. Omdat door verzoeker geen aanbod is gedaan aan zijn schuldeisers beschikt de rechtbank ook niet over een startdatum van het buitengerechtelijke schuldhulpverleningstraject. Het spaartegoed ziet dus niet op - althans is niet duidelijk dat dit ziet op - de periode die conform het verzoek van de schuldhulpverlening in mindering moet komen op de duur van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank kan om die reden dan ook niet vaststellen dat verzoeker heeft voldaan aan zijn (maandelijkse) afdrachtsverplichting. Ter zitting is ook geen nadere onderbouwing ter zake gegeven. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 8 mei 2024.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
voorheen h.o.d.n. [handelsnaam],
gevestigd [adres 2];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 8 mei 2024, waardoor deze termijn eindigt op 8 november 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder R. de Geus,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. van Vuren, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024. [1]