ECLI:NL:RBROT:2024:479

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
10828713 VV EXPL 23-606
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:2 BWArt. 139 RvArt. 233 RvArt. 237 RvArt. 254 lid 1 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming wegens verblijf zonder recht of titel

In deze kortgedingprocedure vordert Vivada Properties 1 B.V. ontruiming van haar pand omdat gedaagden zonder recht of titel daarin verblijven. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van spoedeisend belang en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is.

Op grond van artikel 5:2 BW Pro is de eigenaresse bevoegd haar eigendom terug te eisen van wie het pand zonder recht of titel onder zich houdt. Het verblijf van gedaagden in het pand is onrechtmatig jegens eiseres. Daarom wordt de ontruiming toegewezen. Tevens wordt bepaald dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen derden die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand bevinden of daar binnentreden, vanwege de mogelijkheid dat anderen het pand betreden.

De proceskosten worden aan gedaagden opgelegd en vastgesteld op €918,14. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gedaagden moeten binnen drie dagen na betekening het pand ontruimen en de sleutels aan eiseres overhandigen, tenzij de zaken eigendom zijn van eiseres. Het vonnis geldt tot 16 juli 2024 of tot een half jaar na bekrachtiging.

Uitkomst: Vordering tot ontruiming wordt toegewezen en vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10828713 VV EXPL 23-606
datum uitspraak: 16 januari 2024 (bij vervroeging)
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Vivada Properties 1 B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E. Doornbos,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.
De partijen worden hierna ‘Eiseres’ en ‘Gedaagden’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 14 december 2023, met producties;
  • de mail van 5 januari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 9 januari 2024 is de zaak tijdens een zitting met [naam01] namens Eiseres en mr. E. Doornbos besproken. Gedaagden zijn niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Eiseres volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is (artikel 139 Rv Pro).
Ontruiming
2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de gevorderde ontruiming zal worden toegewezen. Op grond van artikel 5:2 BW Pro is Eiseres als eigenaresse van het pand bevoegd haar eigendom terug te eisen van een ieder die de zaak zonder recht of titel onder zich houdt. Het staat vast dat Gedaagden zonder recht of titel in het pand verblijven. Daarmee is het verblijf van Gedaagden in het pand onrechtmatig jegens Eiseres. De gevorderde ontruiming van het pand wordt daarom toegewezen.
Tenuitvoerlegging ten opzichte van derden
2.3.
Eiseres heeft voorts verzocht te bepalen dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in het pand bevindt of daar binnentreedt (artikel 557a lid 3 Rv). De bepaling is bedoeld voor de situatie dat op het moment van tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis ook andere personen, dan tegen wie de ontruiming is uitgesproken, aanwezig zouden kunnen zijn. Dat daarvan sprake kan zijn, is aannemelijk omdat het pand in het verleden ook door anderen is gekraakt. Deze vordering zal daarom worden toegewezen, met de hierna te melden tijdsbepaling.
Proceskosten
2.4.
Eiseres krijgt gelijk. Gedaagden moeten daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Eiseres tot vandaag vast op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 529,- aan salaris voor de gemachtigde en € 132,- aan nakosten. Dit is totaal € 918,14. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres01] te [plaats01] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eiseres zijn en de sleutels af te geven aan Eiseres;
3.2.
bepaalt dat dit vonnis tot 16 juli 2024, dan wel tot een half jaar na de dag dat dit vonnis bekrachtigd wordt, ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
3.3.
veroordeelt Gedaagden in de proceskosten, die aan de kant van Eiseres tot vandaag worden vastgesteld op € 918,14;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
754