ECLI:NL:RBROT:2024:4793

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
FT EA 24-242
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FwArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken goede trouw

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker niet langer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen en daarom in aanmerking komt voor de regeling.

Hoewel verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van drie schulden die zijn ontstaan tijdens een periode van echtscheiding en grote spanningsklachten, is op grond van artikel 288, derde lid Faillissementswet, de regeling toch toegewezen. De rechtbank oordeelt dat verzoeker de omstandigheden die tot deze schulden hebben geleid inmiddels onder controle heeft gekregen en een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt.

Verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de regeling wordt afgewezen omdat verzoeker niet volledig heeft voldaan aan zijn sollicitatieplicht in de drie maanden voorafgaand aan het verzoek, ondanks dat er wel een spaarbedrag was opgebouwd. De looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf 22 mei 2024.

De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Tevens krijgt de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoeker gerichte post. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe met een looptijd van achttien maanden vanaf 22 mei 2024.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 22 mei 2024
[verzoeker],
[adres],
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting van 24 april 2024.
Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- verzoeker;
- mevrouw S. Morchid, schuldhulpverlener;
De uitspraak is enige tijd aangehouden vanwege het ontbreken van de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheiding van verzoeker. Deze inschrijving is inmiddels voltooid, zodat vonnis is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoeker zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Goede trouw
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Voorts dient voldoende aannemelijk te zijn dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke. Gebleken is dat verzoeker een drietal schulden niet ter goeder trouw heeft die zijn ontstaan binnen de driejaarstermijn. Verzoeker heeft hierover verklaard dat deze schulden zijn ontstaan in de periode dat hij in scheiding lag en daardoor grote spanningsklachten ervaarde.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw (artikel 288, eerste lid onder b) wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen waardoor een wending ten goede is ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. De scheiding van verzoeker is inmiddels uitgesproken en verzoeker geeft aan dat hij hierdoor weer meer rust en overzicht ervaart. Daarnaast laat verzoeker geen schulden meer ontstaan. Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal daarom worden toegewezen.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Bij de beoordeling van het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum dient de rechtbank te beoordelen of verzoeker, naast de overige verplichtingen, de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen, naar behoren heeft nageleefd. Uit de ingediende stukken blijkt inderdaad dat een totaalbedrag van € 183,00 beschikbaar is op de beheerrekening. Dit bedrag is gespaard in de laatste drie maanden voorafgaand aan het indienen van het verzoekschrift. Er was in die maanden geen sprake meer van beslag. Tegelijkertijd heeft verzoeker in die periode niet volledig voldaan aan de op hem rustende sollicitatieplicht. Verzoeker heeft immers stukken overgelegd waaruit blijkt dat onvoldoende door hem is gesolliciteerd in die periode. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af en stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 22 mei 2024.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 22 mei 2024, waardoor deze termijn eindigt op 22 november 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. van Vuren, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2024. [1]