De vrouw en de man hadden een affectieve relatie en zijn gehuwd geweest. De vrouw heeft in 2015 een lening aangevraagd met vervalste stukken en is in 2017 strafrechtelijk veroordeeld voor valsheid in geschrifte, met een schadevergoedingsmaatregel. Na hun scheiding vordert de vrouw dat de rechtbank verklaart dat de man onrechtmatig heeft gehandeld door haar onder druk te zetten de lening af te sluiten en het geld voor zichzelf te gebruiken, en dat hij haar een schadevergoeding betaalt.
De man staat onder bewind, waardoor de bewindvoerder de in rechte aan te spreken partij is. De rechtbank oordeelt dat de vrouw onvoldoende feiten heeft gesteld om haar vorderingen te onderbouwen. Zij kon niet aantonen dat zij de lening onder druk van de man is aangegaan of dat hij haar heeft gedwongen hem niet te noemen in de strafprocedure. Ook het gebruik van het geleende geld door de man is onvoldoende onderbouwd als onrechtmatig.
De rechtbank wijst daarom alle vorderingen af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Er is geen grond om af te wijken van de gebruikelijke regeling in procedures tussen voormalig echtelieden.