ECLI:NL:RBROT:2024:4822
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf op opgegeven adres
Eiseres heeft een aanvraag om een bijstandsuitkering ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Schiedam. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres. Eiseres voerde beroep aan tegen deze afwijzing.
De rechtbank heeft op 16 mei 2024 de zaak mondeling behandeld en beoordeeld of het college terecht de aanvraag heeft afgewezen. Tijdens een huisbezoek op 24 februari 2023 werden meerdere omstandigheden geconstateerd die erop wijzen dat eiseres niet haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres, zoals verpakte meubels, afwezigheid van persoonlijke bezittingen en niet aangesloten huishoudelijke apparaten.
Eiseres kon deze constateringen niet overtuigend weerleggen. De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van inschrijving in de Basisregistratie Personen en het bezit van een huurovereenkomst onvoldoende bewijs vormen voor hoofdverblijf. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.