ECLI:NL:RBROT:2024:4847
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegekend voor WMO-indicatie begeleiding via PGB-aanbieder
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een WMO-indicatie voor begeleiding via een PGB-aanbieder, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen vanwege een lopend onderzoek naar de kwaliteit van de aanbieder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college ten onrechte is voorbijgegaan aan de feitelijke ondersteuningsbehoefte van verzoekster, die volgens het ondersteuningsverslag in aanmerking komt voor een WMO-indicatie, ongeacht de wijze van invulling.
Hoewel het spoedeisend belang discutabel is vanwege de langdurige zorg via de PGB-aanbieder zonder indicatie, acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster wordt daarom behandeld alsof zij een geldige WMO-indicatie heeft voor begeleiding via de PGB-aanbieder, tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Verzoekster wordt behandeld alsof zij een WMO-indicatie heeft voor begeleiding via de PGB-aanbieder tot zes weken na de beslissing op bezwaar.