Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1],
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 april 2024, met bijlagen;
- de akte overlegging producties van [gedaagden], met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [gedaagden]
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen verhuurders en huurders over de toegang tot gemeenschappelijke ruimtes en leegstaande kamers op de vierde verdieping van een pand. De verhuurders vorderen in kort geding dat de huurders hen binnen zeven dagen toegang verlenen tot deze ruimtes, met uitzondering van de badkamer, onder dreiging van een dwangsom.
De huurders hebben begin 2023 het slot van de toegangsdeur tot de derde verdieping vervangen, waardoor de verhuurders geen sleutel hebben en geen toegang kunnen verkrijgen. Verhuurders stellen dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege een lekkage in 2022/2023, een noodzakelijke dakrenovatie en onderhoud aan de cv-ketel, alsmede het belang om de leegstaande kamers te verhuren.
De rechtbank oordeelt dat de verhuurders onvoldoende spoedeisend belang hebben aangetoond. De lekkage zou inmiddels verholpen zijn, de dakrenovatie is niet dringend en het onderhoud aan de cv-ketel is niet op korte termijn noodzakelijk. Bovendien kunnen de kamers niet verhuurd worden vanwege het ontbreken van een vergunning. De eis wordt daarom afgewezen en de verhuurders worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De eis van verhuurders om toegang tot de gemeenschappelijke ruimtes en vierde verdieping te verkrijgen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.