ECLI:NL:RBROT:2024:4891
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
CBR mag onderzoek naar rijvaardigheid opleggen na geconstateerde gebrekkige rijvaardigheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde eiser een onderzoek naar rijvaardigheid op na een melding van de politie over gebrekkige rijvaardigheid. De politie had op 29 november 2022 vastgesteld dat eiser onveilig en hinderlijk reed, onder meer door onregelmatig remmen, te langzaam rijden op de snelweg en onvoldoende anticiperen.
Eiser voerde aan dat de politieconstateringen onjuist waren, dat hij geen verkeersregels had overtreden en dat het proces-verbaal onvoldoende specifiek was. De rechtbank oordeelde echter dat het proces-verbaal, mede ondersteund door een getuigenmelding en observaties van de verbalisant, betrouwbaar en voldoende gedetailleerd was.
De rechtbank stelde vast dat het CBR op grond van artikel 23 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 terecht een vermoeden van rijongeschiktheid kon ontlenen aan het proces-verbaal en daarom het onderzoek mocht opleggen.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Zoethout op 23 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het CBR-besluit tot oplegging van het rijvaardigheidsonderzoek.