De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van de invoer van 850 kilogram cocaïne. De verdenking was voornamelijk gebaseerd op chatberichten via het versleutelde Sky-ECC netwerk, waarbij het Sky-ID in kwestie werd gekoppeld aan verdachte door onder meer locatiegegevens en bijnaam.
De officier van justitie stelde dat het Sky-ID in gebruik was bij verdachte, onderbouwd met chatberichten, foto’s van een deurbelcamera en zendmastgegevens. De verdediging betwistte dit en de rechtbank onderzocht of de identificatie van verdachte als gebruiker van het Sky-ID buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat hoewel de gegevens op verdachte konden wijzen, er onvoldoende bewijs was om exclusief vast te stellen dat verdachte de gebruiker was. De foto’s konden ook afkomstig zijn van een andere bewoner van het portiekflat en de bijnaam was niet eenduidig gekoppeld aan verdachte. Hierdoor kon de belastende informatie niet aan verdachte worden toegerekend.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd het in beslag genomen geldbedrag van € 1.850,- teruggegeven aan verdachte en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.