ECLI:NL:RBROT:2024:4948
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden verdachte in meervoudige strafzaak
De rechtbank Rotterdam behandelde op 13 maart 2024 een strafzaak tegen een verdachte die was overleden voorafgaand aan de zitting. De officier van justitie heeft de rechtbank geïnformeerd over het overlijden en verzocht om niet-ontvankelijkheid in de vervolging.
De tenlastelegging betrof deelname aan een criminele organisatie, handel in circa 665 kilogram cocaïne, witwassen van misdrijfverkregen goederen en het voorhanden hebben van diverse vuurwapens. De feiten vonden plaats in Rotterdam en Nederland in de periode van juli 2020 tot maart 2021.
De rechtbank oordeelde dat ingevolge artikel 69 Wetboek Pro van Strafrecht het recht tot vervolging vervalt bij overlijden van de verdachte. Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De zaak werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken, onder voorzitterschap van P. Putters, met de rechters P.E. van Althuis en J.L. Luiten. De zaak betrof een complex strafdossier met meerdere strafbare feiten, waaronder drugshandel en wapenbezit.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van de verdachte.