De burgemeester van Rotterdam heeft op 16 mei 2024 besloten de woning van verzoekster voor een maand te sluiten vanwege een explosie bij de woning. Verzoekster, die samen met haar partner en zeven kinderen, waarvan zes minderjarig, in de woning woont, heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om toegang tot de woning te behouden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat het gezin anders een maand geen toegang tot de woning heeft. Hoewel de burgemeester bevoegd is op grond van artikel 174a van de Gemeentewet om de woning te sluiten vanwege verstoring van de openbare orde, heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het gezin, met name de aanwezigheid van minderjarige kinderen en het ontbreken van een alternatief verblijf.
De burgemeester baseerde zijn besluit op een bestuurlijke rapportage waarin werd gesteld dat de zoon van verzoekster mogelijk betrokken zou zijn bij criminele jeugdgroepen, wat door verzoekster werd betwist. De voorzieningenrechter acht de sluiting op basis van de rapportage noodzakelijk maar vindt dat het besluit niet evenwichtig is vanwege de grote nadelige gevolgen voor het gezin.
Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, zodat het gezin voorlopig in de woning kan blijven. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.