Woonstichting Patrimonium vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] en ontruiming van de woning wegens vermeende tekortkomingen. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] ruim negen maanden niet haar hoofdverblijf in de woning had en dat er geluidsoverlast is veroorzaakt door haar dochter en kleinzoon.
Hoewel deze tekortkomingen bestaan, wordt de eis tot ontbinding afgewezen. De huurder is inmiddels teruggekeerd en de dochter en kleinzoon hebben de woning bewoond tijdens haar afwezigheid, waardoor leegstand is voorkomen. Verder is de overlast vooral leefgeluid en niet van een zodanige aard dat het ontbinding rechtvaardigt.
De kantonrechter weegt de belangen van Patrimonium tegen het woonbelang van [gedaagde], haar dochter en kleinzoon, waarbij het gebrek aan perspectief op passende woonruimte elders zwaar meeweegt. Daarom wordt de ontbinding afgewezen en moet Patrimonium de proceskosten betalen.