Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster], met bijlagen 1 tot en met 7;
- de mail en brief van [verweerster] met bijlagen 1 tot en met 3;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [verweerster].
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter behandelde het verzoek van de werknemer tot betaling van een transitievergoeding na beëindiging van haar arbeidsovereenkomst per 5 december 2023. De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege door het beëindigen van de detachering in combinatie met het uitzendbeding. De werkgever bood ander werk aan tegen een lager loon, maar de werknemer hoefde dit niet te accepteren.
De kantonrechter oordeelde dat de transitievergoeding verschuldigd is op grond van artikel 7:673 lid 1 BW Pro, omdat de arbeidsovereenkomst niet aansluitend is voortgezet en er geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan. De weigering van de werknemer om het aangeboden schoonmaakwerk te aanvaarden, leidt niet tot prijsgeving van het recht op transitievergoeding.
Verder werd geoordeeld dat het verzoek niet te laat was ingediend, aangezien het binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst is gedaan. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van €2.137,49 bruto transitievergoeding en de proceskosten van in totaal €1.036,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €2.137,49 bruto transitievergoeding en proceskosten.