Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[adres 1] ,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
- feit 2: medeplegen van de invoer van 390 kilogram cocaïne (zaaksdossier Tanya);
- feit 3: deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de Opiumwet.
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest;
- onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen bivakmuts en wapens en teruggave aan de rechthebbende van het in beslag genomen geldbedrag van € 9.020,-.
4.Waardering van het bewijs
effective remedywaarborgt. Ook indien deze uitleg van de raadsman zou worden gevolgd, leidt dit niet tot het door de raadsman beoogde gevolg. De rechtbank begrijpt het betoog aldus dat de raadsman meent dat er voorafgaand aan de interceptie een rechterlijke toetsing had moeten plaatsvinden. De rechtbank stelt vast dat deze toetsing heeft plaatsgevonden. Het Openbaar Ministerie heeft in onderzoek 26Argus, voorafgaand aan het door de Franse autoriteiten aansluiten en activeren van de in Nederland ontwikkelde techniek die het ontsleutelen van het berichtenverkeer mogelijk maakte, een machtiging van de rechter-commissaris gevorderd voor het geven van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie. Daarnaast zijn machtigingen gevorderd voor het geven van een bevel tot het binnendringen van en het doen van onderzoek in een geautomatiseerd werk. Deze machtigingen zijn afgegeven en daaraan zijn voorwaarden verbonden om op die manier de privacy-schending zoveel mogelijk te begrenzen.
,van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
341,36kilo van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
19 november 2020 tot en met 3 december 2020te Hank en/of Etten-Leur en/of Rotterdam,
5.Strafbaarheid feiten
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid van de Opiumwet.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaar;
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
mr. P. Putters, voorzitter,