Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift, ontvangen op 2 februari 2024, met bijlagen;
- de brief van D. van Drunen van 20 maart 2024.
2.De beoordeling
Artikel 7
Rechtbank Rotterdam
De overledene heeft in haar testament zes kleinkinderen tot erfgenamen benoemd, waarbij één kleindochter onvindbaar is vanwege ontbrekende persoonsgegevens en geen reactie van haar vader. De executeur verzocht de kantonrechter om een verklaring van recht over het aantal erfgenamen, vijf of zes.
De kantonrechter kwalificeert het verzoek als een aanwijzing ex artikel 4:210 lid 1 BW Pro, maar wijst het af omdat deze bevoegdheid slechts geldt voor vereffenaars en niet voor executeurs. De executeur heeft de wettelijke taak om de nalatenschap te beheren, schulden te voldoen en na voltooiing het beheer te beëindigen door de goederen ter beschikking te stellen aan de erfgenamen.
Indien niet alle erfgenamen bekend zijn, dienen de artikelen 4:225 en 4:226 BW te worden toegepast. De executeur moet de onbereikbare erfgenaam opsporen via oproepingen en indien dit niet lukt, de nalatenschap verdelen en het erfdeel van de onbereikbare erfgenaam aan de Staat afstaan. De executeur moet de rechtbank verzoeken een onzijdig persoon te benoemen ter vertegenwoordiging van de onbereikbare erfgenaam bij de verdeling.
Omdat het niet is gelukt de kleindochter te bereiken, moet de executeur overgaan tot verdeling en het erfdeel van de onbereikbare erfgenaam afstaan aan de Staat. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de executeur om aanwijzing over het aantal erfgenamen wordt afgewezen; de executeur moet de nalatenschap afwikkelen en het erfdeel van de onbereikbare erfgenaam aan de Staat afstaan.