ECLI:NL:RBROT:2024:4979
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vermindering ontnemingsvordering wegens onvoldoende betalingsonmacht
De veroordeelde is door het gerechtshof ’s-Gravenhage bij arrest van 14 juni 2022 veroordeeld tot een ontnemingsmaatregel van €9.250,-. Deze maatregel is onherroepelijk geworden na niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep door de Hoge Raad op 21 maart 2023. De veroordeelde heeft tot 12 december 2023 slechts €350,- betaald.
Op 12 december 2023 diende de veroordeelde een verzoek in tot vermindering van de ontnemingsvordering met 50%, stellende dat zij vanwege haar beperkte inkomen en gezondheidsproblemen niet in staat is het volledige bedrag te voldoen. De rechtbank heeft dit verzoek op 26 april 2024 behandeld, waarbij de veroordeelde, haar advocaat en de officier van justitie zijn gehoord.
De rechtbank overweegt dat de veroordeelde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen draagkracht heeft om het bedrag te betalen. Hoewel zij financieel krap zit, blijkt uit haar inkomsten en toeslagen dat zij voldoende middelen heeft om de maandelijkse betalingsregeling van €50,- na te komen. Het verzoek tot vermindering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering van de ontnemingsvordering met 50% wordt afgewezen wegens onvoldoende betalingsonmacht.