De rechtbank Rotterdam behandelde op 2 mei 2024 de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige veroordeelde die sinds mei 2022 vastzit wegens ernstige delicten zoals diefstal met geweld, wapenhandel en poging tot doodslag. De officier van justitie verzocht om verlenging met tien maanden, terwijl de verdediging en veroordeelde zelf een kortere termijn van zes tot zeven maanden bepleitten vanwege de positieve gedragsontwikkeling.
De inrichting en deskundigen bevestigden de positieve ontwikkeling, met succesvolle deelname aan therapieën, uitbreiding van verlof en werkervaring. Het recidiverisico werd ingeschat als matig dankzij het risicomanagement en beschermende factoren. De rechtbank erkende de noodzaak van een gedwongen kader voor verdere resocialisatie maar vond tien maanden verlenging disproportioneel gezien de vooruitgang.
De rechtbank besloot de PIJ-maatregel te verlengen met acht maanden, met het oog op een gefaseerde uitbreiding van vrijheden en het starten van het Scholings- en Trainingsprogramma (STP). De maatregel zal voorwaardelijk eindigen op 8 januari 2025 en onvoorwaardelijk op 8 januari 2026. Het vonnis benadrukt het belang van motivatie en perspectief voor de jeugdige in het vervolgtraject.