Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 januari 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [gedaagde] , met bijlagen;
- de brief van 11 maart 2024, waarin een getuigenverhoor is bepaald op 8 mei 2024;
- de e-mail van [gedaagde] van 30 april 2024, waarin hij mededeelt dat het geplande getuigenverhoor geen doorgang kan vinden.
2.De verdere beoordeling
€ 86,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,-) en
€ 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.307,-. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiseres] met een toevoeging procedeert.