ECLI:NL:RBROT:2024:5084
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing moratorium en opschorting ontruiming huurwoning voor zes maanden
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. Het vonnis tot ontruiming dateert van 28 november 2023 en de ontruiming stond gepland op 2 mei 2024. Verzoeker heeft een inkomen van €2.400 per maand en heeft de huur over de maanden januari tot en met mei 2024 tijdig betaald.
Tijdens de zitting verklaarde de advocaat van verzoeker dat er een spoedverzoek voor beschermingsbewind is ingediend, wat waarborgt dat de huurtermijnen ook in de toekomst tijdig betaald zullen worden. Verweerster, Stichting Woonstad Rotterdam, maakte geen bezwaar tegen het verzoek, mits de voorziening geldt zolang de huurbetalingen tijdig plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te kunnen doorlopen zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren. De voorziening wordt daarom toegewezen voor zes maanden met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284, tweede lid, Faillissementswet.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van de huurwoning geschorst onder voorwaarde tijdige huurbetaling.