Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon B] , werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. Zij ontvangt een PW-uitkering en kostgeld, en staat onder beschermingsbewind sinds februari 2024.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland staat. Hoewel er een huurachterstand van ruim veertien maanden was, zijn de huurbetalingen van april en mei 2024 voldaan. Het beschermingsbewind waarborgt dat toekomstige termijnen tijdig betaald zullen worden.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, met als voorwaarde dat lopende termijnen worden voldaan. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van huurwoning opgeschort onder voorwaarde tijdige betaling lopende termijnen.